In 1866 werd er een nieuw stuk grond aangekocht met het rijstpakhuis de Volharding er op. Op de fundamenten hiervan werd een Etnografisch Museum gebouwd door architect A.L.van Gendt. In 1888, toen ARTIS haar 50-jarig bestaan vierde, werd het nieuwe museum geopend. Het nieuwe museum had aan de zijkanten van het gebouw de stallen voor runderen en roofvogels.

De rijst die Nederlandse schepen meebrachten uit de koloniën werd opgeslagen in dit voormalige pakhuis, ‘De Volharding’. Het gebouw, met de bijbehorende 19de-eeuwse stoomrijstpelmolen ‘Java et Carolina’, stond op het stuk grond dat in 1866 werd aankocht. Deze gebouwen kregen nieuwe functies toebedeeld. Waar eens de rijst in de molen werd gepeld, zwommen later de nijlpaarden. De molensteen, restant van de rijstpelmolen, is nog steeds te zien naast de giraffeglijbaan.

In 1886 werd het rijstpakhuis afgebroken. Op de fundamenten daarvan ontwierp architect A. van Gendt een Etnografisch Museum (1888) met op de begane grond runderstallen. Toen dit museum in 1910 haar deuren sloot, verhuisde in 1921 de etnografische collectie (ruim 10.000 voorwerpen) van ARTIS naar het toenmalig Koloniaal Instituut, nu het Tropenmuseum en werd het gebouw opnieuw verbouwd door B.J. Ouëndag. Het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam vestigde zich 1922 op de bovenverdieping. Sinds 1986 zijn hier de ARTIS kantoren gevestigd. In 1995 werd op de begane grond het Nachtdierenhuis (ontwerp C.P. van Dashorst) geopend en kwam via de herstelde middendoorgang de Collegezaal uit 1921 opnieuw in gebruik. Tot slot opende in 2003 de fraaie, hoge Gierenvolière aan de Westzijde, een ontwerp van architectenbureau Vroegindewey.

Voor het gebouw wordt gewerkt aan de voorbereiding van groot onderhoud aan de gevels en de daken. Het onderhoud zal veelomvattend zijn: herstel aan kozijnen, stucwerk en het schilderwerk, met de kleurstelling, zal aan de orde zijn evenals het herstel van de koepelconstructie(s) en enkele werkzaamheden aan de dakconstructies.

Daarnaast is het verduurzamen van het gebouw aan de orde. Niet dat de totale verduurzaming al wordt gerealiseerd maar daar waar het logisch is om verduurzamingswerkzaamheden nu al uit te voeren worden deze in het onderhoudswerk meegenomen.

In het voorlopig ontwerp zijn de volgende elementen opgenomen:

  • Herstel van de kleurenstelling uit 1923 is het passende beeld in zijn huidige verschijningsvorm
  • Herstel van de grote en kleine koepel naar de jaren 30, mede door het vervallen van de daklichten en zijn gaaf gebleven verschijningsvorm
  • Grote renovatie aan de gevel en technisch herstel, versterken van haar detaillering en sierelementen. Kans om de u-waarde te verbeteren bij aanpak van ramen en deuren
  • Vervangen van de asfalt shingles voor lood- en leiwerk